Spring naar inhoud

Techniek

Het Staande werk

                          

 

 

De romp;

Een gemetselde stenen romp die op de ZW- kant tot 50cm onder de kuip is gepleisterd. De romp is rondom tot 2,50 cm boven de stelling geheel bepleisterd. De romp heeft op begane grond een inwendige diameter van 7,40 m en de inwendige  diameter bovenin (kruivloer) is  4,20 m.

De kap:

De kap bestaat uit geteerde gepotdekselde delen,  deze zijn bevestigd  op de gordingen en kapspanten. De kapspanten rusten op de spantring die  met de roosterhouten  verbonden zijn met de voeghouten.  Het  gewicht van de windpeluw  ondersteund door de voeghouten en burgemeester rust op een slagstuk. Dit slagstuk is onder de windpeluw  zo’n 14 cm dik en loop naar 4 cm uit. Deze dient ter versterking en versteviging van de overring.

De  stelling;

De hoogte van de stelling is 7,20 m boven straat niveau.
De houten stelling bestaat uit 17 velden en is ca. 4 m breed. De stelling is opgebouwd uit liggers deze zijn in de romp  gestoken. Deze liggers worden ondersteund door schoren  die weer rusten op vinken. Op de liggers is de stellingvloer bevestigd.

Het kruiwerk:

De kruivloer zit gefixeert met epoxy staven in de molenromp  en draagt d.m.v. 49 ijzeren rollen de overring. De rollen zitten opgesloten in een houten rollenwagen. Tot 2006 gebruikte men iepenhouten rollen. Door de eerder genoemde fixering van de kruivloer braken deze rollen regelmatig. De molen wordt op de wind gezet d.m.v. een kruirad  met  8 spaken  en munnik  bevestigd in de staartbalk.

Het Gaande werk

Gaandewerk

Het wiekenkruis:

De wiekenvorm is oud-hollands.
Aanvankelijk was het de bedoeling om de wieken met met fokkeborden uit te rusten. De roedes zijn hiervoor gemaakt. Door geld gebrek heeft men voor oud-hollands moeten kiezen. De schoot of zeeg van het hekwerk is hierdoor vrij vlak gebleven. Wat de molen hollerig maakt bij buien en windvlagen.

De roedes;

De binnenroe nr: 0174 met een lengte van 23,75 meter en de buitenroe nr: 0175 met een lengte van 23,69 meter  zijn gelaste roedes van het fabrikaat Buurma.
De roedes zijn gestoken op 11-12-1986. Hierbij zijn de beide enden van de buitenroe 3 cm ingekort vanwege het aanlopen op de stelling hek.

De bovenas:

De gietijzeren  bovenas van het fabrikaat Nijmeegsche IJzergieterij met het nr: 0007 meet een lengte van 4,85 m is in 1984 in de mal van Coppes gegoten. De as is gegoten in 1984. De bovenas rust op een halslager  opgebouwd uit een hardhouten blok met een bronzen schaal. Deze is gelegen op het steenbed en windpeluw. De pen rust op  een  arduinstenen  broeksteen .

Bovenwiel en boven schijfloop:

Het bovenwiel heeft een diameter van 2,58 m telt 67 kammen met een steek van 10,93 cm.  Dit bovenwiel drijft  de bovenschijfloop  aan, de bovenschijfloooop telt 32 staven.  Hierdoor draait de koningspil 2,09 keer sneller dan de bovenas.

De vang:

De vang om het bovenwiel  is een vlaamse blokvang opgebouwd uit 5 wilgenhouten blokken. Deze vang wordt aangeregen door een vangbalk verzwaard met stenen van ca 250 kg, dit geeft ca 540 kg vangkracht aan het sabelijzer.
De vangbalk kan worden opgelegd in een haak en wordt bediend met een buiten wipstok.

Spoorwielen  en  steenrondsels;

Het spoorwiel is  gestoken onder aan de koningspil telt 84 kammen met een steek van 9,5 cm. Dit wiel drijft de steenrondsels aan. Deze steenrondsels tellen 26 , 26 en 28  staven. Hierdoor draaien de rondsel 3,23 en 3 keer sneller dan de koningspil en 6,764 en 6,281 keer sneller dan de bovenas.

Maalkoppels:

De molen heeft 3 maalkoppels. Twee maalkoppels van 16er kunststeen. Flintstenen (Vuurstenen) met een doorsnede van 140 cm. Van een deze koppels is de loper gebarsten. Het derde maalkoppel is een 15er blauwe steen. Basaltlava met een doorsnede van 130 cm dit wordt gewonnen uit oude vulkanen in de  Eifel.

Lui- en afschietwerk:

In de molen is een luiwerk aanwezig om het maalgoed op te hijsen. Het luiwerk wordt aangedreven door een  luiwiel op een luitafel te trekken.
Op de maalzolder bevind het afschietwerk waarmee het meel door zijn gewicht kan worden afgeschoten ( laten zakken).